Welkom, Sjors Fröhlich. Je bent doorgegaan tot 2013 op de radio. Daarna ben je hoofdredacteur bij BNR geworden tot 2019. Vervolgens maakte je de switch en werd je burgemeester van de nieuwe gemeente Vijfheerenlanden. Met zoveel radio-ervaring vraag ik me af: wat was spannender? Jouw allereerste radiouitzending waarbij het rode licht On Air aanging, of de eerste raadsvergadering die je moest leiden?
Dat is een mooie vraag. Ik denk uiteindelijk toch die allereerste live-radiouitzending. Dat was het moment waarop je dacht: oké, het gaat nu echt gebeuren en heel Nederland kan horen wat ik zeg. Dat kan ik me nog goed herinneren. De eerste raadsvergadering was natuurlijk iets wat ik nog nooit gedaan had, maar door de ervaring van het presenteren zit je iets zekerder op je stoel. Ik beschouwde die eerste raadsvergadering eigenlijk gewoon als een radioprogramma, en dat doe ik nog steeds. Ik krijg een draaiboek van de griffier waarin precies staat in welke volgorde de dingen gaan, en daar kan ik dan zelf een beetje omheen manoeuvreren. Ik heb daar veel plezier in. Er zijn ook burgemeesters die de raadsvergadering minder leuk vinden, maar ik vind het echt superleuk. Ik heb er veel lol in. De eerste keer was het natuurlijk erg spannend.
“Ik beschouwde die eerste raadsvergadering eigenlijk gewoon als een radioprogramma, en dat doe ik nog steeds.”
Is het dan ook een soort theater, zoals dat op de radio ook is?
Niet helemaal, want dan doe je de inhoud tekort. In de politiek vergroot je je standpunt en de verwoording ervan af en toe een beetje uit. Tijdens de raadsvergadering ben ik geconcentreerd bezig om iedereen op een goede manier het woord te geven. Daar hoort af en toe een opmerking bij om te voorkomen dat het te scherp wordt. We zijn met z'n allen bezig om vooral het goede besluit te nemen. Iedereen pompt zichzelf voor een politieke bijdrage natuurlijk een beetje op, maar het is geen theater. Ik denk dat dat in de Tweede Kamer veel meer het geval is dan op gemeentelijk niveau.
Op gemeentelijk niveau gaat het dus echt meer over de inhoud.
De podcast heet 'Onder Druk'. Wat zou ik aan jou merken als jij onder druk staat? Hoe zit je er dan bij?
Goed, want ik heb een beetje druk nodig. Dat is van oudsher zo: als ik op donderdag een toets had op school, begon ik daar op woensdagavond pas aan. Dan stond ik donderdagochtend vroeg op om het af te maken. Dat is ook de essentie van live radio: ik heb de deadline nú nodig om het optimale uit mezelf te halen. Ik ben gewoon niet zo gedisciplineerd dat ik vier weken van tevoren alvast een beginnetje maak.
Je weet dat dat in theorie handig zou zijn.
Toch laat ik het vaak op het laatste moment aankomen, en dan komt het ook goed. Aan de andere kant heb ik voor het vak van burgemeester heel bewust twee jaar voorbereidingstijd genomen. Dat vond ik noodzakelijk. Ik moest me goed voorbereiden: wat houdt het in, wat moet ik allemaal kunnen en wie moet ik kennen? Dat is een voorbeeld waarbij ik, geheel tegen mijn karakter in, de tijd heb genomen om iets heel goed voor te bereiden.
Hoe gaat dat dan? Je bent al zolang je je kunt herinneren een radioman. Op een gegeven moment werk je achter de schermen als hoofdredacteur en dan word je ineens wakker met de gedachte: ik word burgemeester?
Nee, zo ging het niet helemaal. Ik vond het altijd al een mooi vak omdat je met veel verschillende mensen bezig bent. Vroeger keek ik thuis ook wel een beetje op tegen de burgemeester; als kind denk je toch dat hij de baas van de gemeente is, wat overigens niet klopt. Ik had alleen de pech dat ik heel leuk werk had en van elke seconde bij de radio genoot. Er was geen aanleiding om iets anders te gaan doen, tot ik problemen kreeg met mijn stem. Ik moest de bakens verzetten en ging leidinggevende rollen vervullen bij de NPO en later als hoofdredacteur bij BNR. Dat vond ik erg leuk omdat ik leidinggeven kon combineren met mijn liefde voor de radio. Bij BNR had ik afgesproken dat ik twee termijnen van vier jaar zou doen. Ik was dus al bezig met mijn toekomst toen er in mijn eigen woonplaats een fusie gaande was tot de nieuwe gemeente Vijfheerenlanden. Ik dacht: daar hebben ze ook een burgemeester voor nodig. Als ik het ooit wil doen, dan is het nu, want een volgende burgemeester zit er zeker zes tot twaalf jaar. Dan zou ik te oud zijn. Ik besloot het gewoon te proberen en te genieten van het sollicitatieproces. Als het niets zou worden, was het ook goed, want ik zat lekker bij BNR. Ik zat er heel relaxed in; ik wilde het graag, maar het was geen móéten. En toen ging het opeens door.
Nog even terug naar die voorbereidingsperiode. Je had in je hoofd dat je burgemeester wilde worden. Hoe heb je jezelf zo goed mogelijk gepositioneerd en voorbereid?
Op verschillende manieren. Door de radio kende ik een aantal burgemeesters, van wie een paar persoonlijk. Ik ben met een stuk of vijf burgemeesters op pad gegaan om mee te kijken: wat doe je de hele dag en wat komt erbij kijken? Ik heb een paar goede boeken over het burgemeesterschap gelezen en gesprekken gevoerd met de commissaris van de Koning en de kabinetschef. Ook heb ik veel artikelen en de Gemeentewet bestudeerd.
Ze konden dus niet om jou heen.
Ik was tot de tanden gewapend toen ik de eerste gesprekken inging. Het bleek echter niet te gaan om het uit mijn hoofd kennen van de Gemeentewet, maar om hoe je het gesprek aangaat en hoe je met mensen omgaat. Ze wilden zien of deze persoon zowel de Koning kan ontvangen als een gesprek kan voeren met een drugsverslaafde. Die veelzijdigheid werd mij snel duidelijk, waardoor ik alleen maar enthousiaster werd over het ambt.
Dat is wat je ook deed op de radio, toch?
Dat is leuk dat je dat zegt, want die parallellen zijn er zeker. Veel mensen denken dat het iets heel anders is, maar dat valt wel mee. Je hebt contact met mensen en praat overal over. Zeker bij een programma als 'Cappuccino', met open lijnen en zonder filtering, wist ik nooit wie er in de uitzending kwam of waar het over ging. Ik reageerde op vragen, opmerkingen of soms op minder slimme dingen. Dat doe ik nu eigenlijk ook: ik reageer op mensen. Dat gaat over grote onderwerpen en over klein leed, dat voor de betrokkene overigens heel groot is. Wat dat betreft zijn er inderdaad veel parallellen.
“Op die bewonersavonden kwam er iemand echt neus aan neus op mij afstappen: 'Als mijn dochter iets overkomt, dan weet ik jou te vinden en maak ik je helemaal kapot'.”
Het verschil is natuurlijk wel dat je er nu iets mee moet doen. Voorheen was je een klankbord, maar nu ben je verantwoordelijk of in ieder geval iemand die actie kan ondernemen.
Het gevoel van verantwoordelijkheid is anders. Bij de radio was het presenteren redelijk vrijblijvend; ik wilde gewoon een vrolijke ochtendshow maken.
Je wilde ook geen zes klagende mensen achter elkaar.
Daar was ik inderdaad snel klaar mee, hoewel dat soms juist weer leuke radio opleverde. Toen ik hoofdredacteur werd bij BNR, voelde ik een grotere verantwoordelijkheid voor de 120 medewerkers en voor de journalistieke kwaliteit. Daarnaast was er een commerciële verantwoordelijkheid: BNR moet winst maken om te blijven bestaan. Als burgemeester voel ik de verantwoordelijkheid voor de mensen heel sterk. Het is geen last, maar ik voel hem wel degelijk.
Je begon over je stemproblemen die je dwongen te stoppen bij de radio. Na een operatie was je stem voor 95% hersteld, maar je accepteerde die resterende 5% verlies niet omdat je top wilde zijn. In 2019 begon je als burgemeester zonder enige ervaring. Hoe lastig was het om dat perfectionisme los te laten? Bij de radio moest alles perfect zijn, maar hier stapte je in een nieuwe uitdaging zonder politiek netwerk. Was dat niet het omarmen van het imperfecte?
Met als doel om het uiteindelijk perfect te maken. Ik hoorde die 5% afwijking aan mijn stem wel. Ik heb jaren geknokt om terug te komen op de radio, maar ik wilde nooit te boek staan als de man die eigenlijk niet had moeten terugkeren omdat het 'net niet' was.
Zeggen mensen dat tegen jou, of was dat je eigen oordeel?
Veel mensen zeiden juist dat het prima ging en dat mijn herkenbaarheid mijn kracht was. Iedereen zei dat het wel kon, maar ik hield mijn poot stijf: ik vond het niet goed genoeg. In dat nieuwe vak ben ik met de kop vooruit gesprongen om te zien of ik nog wat kon leren op mijn 52ste. Ik daagde mezelf uit, maar niet met de instelling: 'we zien wel waar het schip strandt'. Het moet zo goed mogelijk. Ik haal voldoening uit het leren van iets wat ik nog niet kan.
Te gek. En je zegt: we werken naar perfectie toe, wat het dan ook moge zijn.
Dat zullen we nooit helemaal bereiken.
Precies, want de samenleving en de politiek zijn immers grillig.
Is het dan frustrerend of blijf je juist gemotiveerd?
Ik blijf juist gemotiveerd; ik ben erg optimistisch. Soms is het grillig of naar, zeker in de reacties op gevoelige onderwerpen. Toch probeer ik er iets van te maken. Als je voor een zaal vol boze bewoners staat, is er bijna geen houden aan. Maar als je individueel het gesprek aangaat, kom je er vaak wel uit. De boosheid en verontwaardiging maken dan plaats voor een gesprek over de zorgen die er leven. Ik leg dan ook uit wat verschrikkelijke opmerkingen op internet met mij doen. Dan ontstaat er wederzijds begrip. Ik ben het nog steeds niet eens met de vorm van de uiting, maar ik begrijp de emotie beter. Dat geeft me de motivatie om het traject te vervolgen.
Weet je dan altijd wat je tegen dat soort mensen moet zeggen?
Niet van tevoren. Toen ik burgemeester werd, kregen we na twee maanden te maken met corona. Dat was een lastige tijd omdat we maatregelen moesten handhaven. Soms moest ik tegen ondernemers zeggen: 'Ik kan het niet uitleggen, maar het mag niet'. Ik probeerde dan via het Veiligheidsberaad het gesprek met het kabinet aan te gaan om zaken te verzachten, maar ik kon niet zeggen: 'doe maar'. In Vianen moesten alle winkels dicht, maar de Makro mocht open blijven voor boodschappen. De Makro verkocht echter ook bedden en tv's, terwijl de lokale ondernemers hun deuren moesten sluiten. Dat was onuitlegbaar. Ik ben toen naar de directeur van de Makro gegaan met het verzoek de bovenverdieping te sluiten. Dat deed hij uit solidariteit. Door het gesprek aan te gaan en het uit te leggen aan de ondernemers, ontstond er weer wat lucht.
Omdat het zo groot is en je afstand kon bewaren.
Skischoenen.
Precies, dus de Makro mocht open blijven en de supermarkten ook. Maar de Makro heeft ook bedden, tv's en ski's. De ondernemers uit Leerdam en Vianen zeiden tegen mij: 'Burgemeester, onze winkels zijn dicht en dat doet pijn, terwijl mensen nu naar de Makro gaan voor een nieuwe tv'. Ik kon dat niet uitleggen. Ik ben toen naar de directeur van de Makro gegaan en heb hem verzocht de bovenverdieping dicht te doen. Dat heeft hij gedaan. De Makro verklaarde zich solidair met de andere ondernemers in onze stad. Dan zien ondernemers dat er wat met hun zorg gebeurt. Als je alleen maar aan het schelden bent, helpt dat bij mij niet zo.
Weet je dan altijd wat de oplossing is?
Je verzint oplossingen, maar hebt daar andere partijen voor nodig. Ik ga eropuit om met mensen te praten, zodat ik ze later gemakkelijk kan bellen als dat nodig is. Dat helpt enorm.
In de coronatijd merkte je dat de landelijke politiek alles besliste. Hoe lastig was dat voor jou?
Dat was op verschillende manieren lastig. In mijn privéomgeving kreeg ik natuurlijk ook vragen over de maatregelen. Ik wilde daar verantwoordelijkheid voor nemen, ook al was het niet mijn besluit. Ik begreep dat het kabinet in een ongekende crisis zat en besluiten moest nemen op basis van de toenmalige kennis. Sommige maatregelen, zoals de avondklok, waren verschrikkelijk. Achteraf gezien zijn er dingen niet goed gegaan, zoals de isolatie van mensen in verzorgingstehuizen. Het was hartverscheurend dat familie geen afscheid kon nemen.
Kun je het even oplossen?
Ik heb altijd geprobeerd om via de bestuurlijke lijnen zaken te beïnvloeden. We hebben het echter niet goed gedaan wat betreft de mensen in verzorgingstehuizen. In Lexmond was er een klein tehuis waar de helft van de bewoners is overleden aan corona zonder dat de familie erbij kon. Dat is hartverscheurend.
Onmenselijk.
We hebben het niet goed gedaan. Ik stimuleerde creatieve oplossingen, zoals muziek maken vanaf een hoogwerker voor de mensen achter het glas. Ook de jongeren zijn we tekortgeschoten; zij zaten in de bloei van hun leven en zagen vriendschappen en school wegvallen. Mijn dochter kreeg onderwijs vanuit haar bed met een laptop. Dat heeft een enorme impact gehad op die generatie.
Dan voel je je ontzettend machteloos.
Op het moment zelf probeerden we in de crisis te voorkomen dat er honderdduizenden mensen zouden overlijden. Er was ook veel weerstand tegen vaccinaties. Hoewel ik dat nooit heb begrepen, had ik wel respect voor ieders keuze, zolang men de consequenties daarvan accepteerde. Als burgemeester was je de schouder om op uit te huilen. Ik kreeg dagelijks een lijst met overleden inwoners en belde hun nabestaanden elke avond om mijn condoleances aan te bieden.
Alle nabestaanden?
Om te horen of ik ze kon helpen. Als je dit tien jaar geleden in een film had gezien, had je gehoopt dat we dit nooit zouden meemaken. Ik herinner me nog de beelden uit Italië en Londen; het was werkelijk beklemmend.
Je zegt dat we twee dingen niet goed hebben gedaan: voor de ouderen en voor de jongeren.
Er zijn ongetwijfeld meer dingen niet goed gegaan, maar dit zijn twee grote pijnpunten.
Als je dat beeld van de IC's en de eenzame overlijdens weer schetst, komt dat gevoel helemaal terug. Ik deed destijds verslag van Koningsdag in Maastricht, wat werd afgeblazen. We stonden in een binnentuin op grote afstand voor de bewoners te presenteren. Dat deed me veel. Je vraagt je dan af hoe lang het nog gaat duren.
Op hun buik.
Inderdaad. In hun eentje overlijden in verzorgingstehuizen. Het heeft me toen veel gedaan.
Ik heb geprobeerd veel te blijven communiceren via videoboodschappen en social media. Ik richtte me specifiek op de kinderen om te vertellen dat dit voorbij zou gaan. Kinderen waren oprecht bang. Hoewel ik de termijn niet wist, geloofde ik er diep in dat dit goed zou komen; epidemieën gaan in de geschiedenis altijd voorbij. Ik vond het mijn taak om moed uit te stralen naar de inwoners. Het licht is niet in één keer aangegaan; het ging heel geleidelijk.
Het is heel geleidelijk allemaal gegaan.
Op een gegeven moment was het weg, waardoor het nu lastig is om terug te halen hoe het ook alweer was. Ik heb één document bewaard: het officiële papier in mijn auto waarmee ik tijdens de avondklok mocht rijden.
Ja, ik had hem ook in mijn auto liggen.
Jij moest natuurlijk ook werken. Dat was echt een teken van een heel bijzondere periode.
Wat heb je geleerd in die tijd?
Dat je als bestuurder optimistisch en stabiel moet blijven. Ik merkte snel dat die rust overkwam op anderen. Ook heb ik geleerd om tegengestelde belangen bij elkaar te brengen. Soms is het zoals het is, hoe vervelend ook. Ik noemde net het voorbeeld van de Makro, maar er waren meer onrechtvaardigheden. Zo moesten bloemenwinkels dicht, terwijl de bloemenkraam op de markt voor de deur wel open mocht blijven. Dat was niet uit te leggen, maar ik heb het toch geprobeerd.
De bloemenwinkel was verplicht dicht, terwijl voor de deur de bloemenkraam stond. Dat kun je niet meer uitleggen.
Ik heb het wel geprobeerd; ik heb vooral geleerd om heel moeilijke dingen uit te leggen.
Mensen werden na verloop van tijd bozer over de duur van de maatregelen en de inhoud van de vaccins. Hoe ging je daarmee om?
Ik geloof in de wetenschap en in de integriteit van de ontwikkeling van vaccins. Ze zijn in een bizar tempo op de markt gekomen.
Dat was natuurlijk vooral de kritiek.
Gelukkig maar, denk ik. Ik kan niets met complottheorieën over nanorobots van Bill Gates.
Hoe ga je dan het gesprek aan met mensen?
Daar kom je niet helemaal uit, maar ik luister wel. Ik zeg dan eerlijk dat ik dergelijke verhalen onzin vind. Als iemand de integriteit van zijn eigen lichaam wil beschermen, heb ik daar respect voor, maar ik vraag hen wel om ook aan hun omgeving te denken.
Dat is natuurlijk ook waar jouw belang zit. Jij wilt voor je mensen zorgen. Als één iemand particulier denkt: 'ik laat me niet vaccineren', dan is dat zijn vrijheid. Maar jij wilt natuurlijk dat er zo min mogelijk zieken vallen.
Je hebt een bepaalde vaccinatiegraad nodig om het systeem te laten werken. Als iedereen zou weigeren, werkt het niet meer. Ik respecteer principes, maar dan moet je ook de consequenties accepteren, zoals het niet kunnen bezoeken van een theater. Dat leidde tot lastige gesprekken, ook met mensen die zich 'autonoom' verklaarden en de overheid niet langer erkenden.
En dan?
Ik probeer dan in gesprek te gaan. Ik vraag hen wat ze doen als hun huis in brand staat of als ze een ambulance nodig hebben. Als je de overheid niet accepteert, kun je daar in theorie geen beroep op doen. De argumentatie is vaak niet sluitend: men wil geen belasting betalen, maar wel een uitkering ontvangen. We laten deze wereld met z'n allen draaien.
Gewoon even daartegenaan schoppen.
Zelfs dat kan ik respecteren, maar dan heb je eigenlijk ook geen recht op de mooie kanten van de overheid. Natuurlijk sturen wij de brandweer als dat nodig is, maar het is niet helemaal eerlijk.
Mensen vragen zich vaak af waarom ze belasting moeten betalen, maar in Nederland is alles toch verdomd goed geregeld.
Absoluut, over de hele linie.
Jij bent een partijloos burgemeester. Dat klinkt heel stoer.
Ik ben ook partijloos, maar ik ben geen burgemeester.
Ik ben gewoon geen lid van een politieke partij; zo stoer is het niet.
Ik ben ook partijloos, ja zeker. Maar ik ben geen burgemeester.
Nee, dat klopt.
Bij premier Schoof zien we dat het lastig kan zijn als je nergens bij hoort. Hoe ervaar jij dat? Is het vrijheid of voel je je kwetsbaar?
Het heeft mij erg geholpen. Toen ik begon, waren er nog maar weinig partijloze burgemeesters.
Je ging de politiek in maar wilde geen lid worden.
Dat kwam door mijn journalistieke achtergrond; ik vond het niet verstandig om lid te worden van een partij. Bovendien ben ik een 'zwever' die zich bij verschillende standpunten van diverse partijen thuis voelt. Het partijloos zijn heeft me geholpen bij de fusie; de raadsleden voelden dat ik van hen allemaal was. Er was geen angst voor voortrekkerij. Men zegt weleens dat je dan geen netwerk hebt in Den Haag, maar door mijn achtergrond had ik de telefoonnummers van bijna iedereen al. Het maakte niet uit van welke partij een minister was; ik kon ze gewoon bellen. Dat gaf me een enorme mate van vrijheid en onafhankelijkheid.
Tien maanden voordat jij kwam, werd dit Vijfheerenlanden.
Het hielp dat alle raadsleden dachten: 'hij is van ons allemaal'. Het maakte niet uit van welke partij de minister is die ik wilde bellen. Het vak van minister-president is natuurlijk wel anders dan dat van een burgemeester, zeker met de politieke krachten in de huidige coalitie. Maar partijloos zijn heeft mij een enorme mate van onafhankelijkheid gegeven.
Het is ook mooi dat jij zegt dat de partijen dan vonden dat jij van hen allemaal was, in plaats van: hij is van niemand, want dat kan het natuurlijk ook zijn van: hij is een buitenstaander. Die indruk had ik bij Schoof bijvoorbeeld.
De positie van Schoof is bijna onmogelijk; ik heb daar veel respect voor. Je hebt tijd en krediet nodig om zoiets op te bouwen, zoals dat ook bij Wim Kok of Mark Rutte ging. Die tijd heeft minister-president Schoof simpelweg niet gekregen in deze politieke onrust.
Wie is dan jouw achterban? Je begon eigenlijk blanco.
Mijn inwoners zijn mijn achterban.
Die moest je natuurlijk wel voor je winnen.
Zeker, en ook de gemeenteraad. De raad is uiteindelijk de baas en neemt de besluiten. Het hielp dat veel inwoners mij al kenden uit de regio. Ik heb me er ook bij neergelegd dat ik nooit voor alle 63.000 inwoners de ideale burgemeester zal zijn.
Toch weer imperfectie.
Dat gaat hem gewoon niet worden. Hoe goed het ook gaat, je kunt het niet iedereen naar de zin maken. Daar leg je je bij neer.
Laten we even teruggaan naar november 2024: de landelijke Sinterklaasintocht in Vianen. Een groot evenement.
Understatement.
Enorm afbreukrisico ook wel. Het wordt live uitgezonden op tv. Tegenstanders, demonstraties natuurlijk. Wanneer dacht je: dit is een goed idee, dit gaan we doen?
Dat idee speelde al jaren. Ik zei altijd dat Sinterklaas een keer naar de nieuwe gemeente zou komen. Na de corona-edities belde de NTR of we het in Vijfheerenlanden wilden organiseren. Ik vind de intocht van jongs af aan geweldig en de mediatechniek erachter fascinerend. Ik zag een kans om Vianen en onze hele gemeente aan Nederland te tonen. Vianen is veel mooier dan alleen het knooppunt dat mensen van de snelweg kennen. Het was voor mij belangrijk om alle zeventien dorpen en steden erbij te betrekken.
Knooppunt Vianen ken ik.
Als je de oude stad en haven binnenkomt, is het fantastisch. In de gemeenteraad moest ik wel uitleggen dat dit wat zou gaan kosten.
Het kostte 500.000 euro. Je betaalt de NTR niet om het evenement binnen te halen, maar je moet het wel organiseren. Met alle veiligheid, podia, licht, geluid en verkeersbegeleiding kost dat gewoon veel geld.
Wat kostte het?
Eigenlijk kostte het 500.000 euro, en zelfs nog iets meer.
Je zegt: en nog iets meer zelfs. 500.000 en nog iets meer?
Sommige gemeenten voor ons kwamen twee ton boven hun budget uit. Ik heb het voorzichtig 'ingemasseerd' bij de fractievoorzitters. Ik wilde hen niet in de positie brengen dat ze in het openbaar tegen Sinterklaas moesten stemmen, want dat is lastig uit te leggen aan de kinderen.
Je moet je wel van bewust zijn op tijd van die politieke gevoeligheden.
Zeker. Ik heb duidelijk gemaakt dat individuele raadsleden het er niet mee eens hoefden te zijn, want een half miljoen is veel geld. Uiteindelijk was er een ruime meerderheid, mits het niet duurder zou worden.
Het is wel lastig, want je zegt eigenlijk: er waren bezuinigingen. We moesten op het geld letten. En dan kom je met een plan dat heel leuk is, maar heel veel geld kost.
Ik was daar heel strikt in: vijf ton is vijf ton. Er was een moment dat er extra geld nodig was voor ledschermen met verkeersregels, maar ik weigerde. Ik heb toen, geïnspireerd door de Formule 1 in Zandvoort, hoge scheidsrechterstoelen gehuurd waarop vrijwilligers met megafoons de weg wezen. Dat werkte perfect en was veel persoonlijker dan die schermen. De NTR heeft ons ook veel gegund. Ze hadden het idee voor Pieten op de fiets die door de stad zouden trekken, waarvoor een duur podium nodig was. Ik zei dat ik daar geen geld voor had, en uiteindelijk hebben ze het toch zelf geregeld.
Ja. Moet je je wel van bewust zijn op tijd van die politieke gevoeligheden.
Ik was heel duidelijk: geen cent meer. Dat waren soms nare gesprekken, maar het hielp wel.
Sinterklaasintocht is een beetje hetzelfde als je je huis gaat verbouwen.
Dan duurt het langer en wordt het duurder. Ik was daar heel strikt in. Op een budget van vijf ton valt 15.000 euro mee, maar ik zei: 'Geen cent meer'. Uiteindelijk is het gelukt door creatief te zijn.
Op 5 ton valt het mee.
Het was een prachtige dag met mooi weer en veel blije kinderen. Het was de eerste onbezorgde, landelijke intocht na corona en de zwartepietendiscussie. Iedereen was opgelucht dat het weer gewoon kon.
Waren er geen demonstraties?
Die waren er wel, maar we hadden ze in een vak geplaatst. Er waren drones, camera's en een hoofdkwartier achter het gemeentehuis. Op een gegeven moment verscheen er een groep Zwarte Pieten die niet bij de officiële stoet hoorden.
Je kan het niet uitleggen.
Ik stond naast Sinterklaas, maar moest de beslissingen nemen. De politie vroeg of ze weggestuurd moesten worden. Ik wilde niet dat er met geweld werd ingegrepen waar kinderen bij waren. De politie is in burger met hen gaan praten. Die mensen bleken heel redelijk; ze wilden een statement maken en pepernoten uitdelen, maar zouden vertrekken als er problemen dreigden. Ik heb ze toen hun gang laten gaan en dat ging uitstekend.
O ja? Jouw oude oude vakje.
Jouw oude vakje. Ik op de motor erachteraan, ik gaf verslag.
Je kan het niet uitleggen.
We hadden vooraf een grote oefening waarbij we scenario's zoals aanslagen of routeblokkades doornamen. Alles was erop gericht om de uitzending door te laten gaan. Ik heb ook contact gehad met Jerry van de actiegroep Kick Out Zwarte Piet. Ik legde hem uit dat we dit jaar precies zouden doen wat zij wilden: een vrolijk feest met roetveegpieten. Ik zei dat hun komst alleen maar voor onrust en tegendemonstraties zou zorgen. Hij hoorde me aan en besloot niet te komen. Zo hebben we een onbezorgde intocht kunnen realiseren.
Waren er geen demonstraties?
Die waren er wel, maar we hadden ze in een vak geplaatst. Er waren drones, camera's en een hoofdkwartier achter het gemeentehuis. Op een gegeven moment verscheen er een groep Zwarte Pieten die niet bij de officiële stoet hoorden. De politie in burger is naar die mensen toe gegaan en namens mij gesproken. Die mensen waren heel redelijk. Ze wilden een statement maken maar zeiden: 'Als er ook maar ergens een probleem dreigt, zijn we weg'. Ik heb ze hun gang laten gaan en dat ging heel goed.
Ik vond het waanzinnig om zo'n impactvol evenement te mogen organiseren. Ik heb dat bij de Tour de France en de Olympische Spelen altijd bewonderd. Ik was erg gemotiveerd om te laten zien wat wij als gemeente konden. Dat het is gelukt, maakt me supertrots.
Een andere stressvolle situatie waren de AZC-plannen, wat leidde tot bedreigingen aan jou en je wethouder. Er was zelfs een kogelbrief. Wanneer hoorde jij daarvan?
Dat proces loopt al een paar jaar. Sinds 2022 vangen we asielzoekers op, eerst in Lexmond. We vonden dat we onze verantwoordelijkheid moesten nemen, maar dat leidde tot heftige bewonersavonden. Daarna volgde Kedichem, een eigenzinnig dorp van 800 mensen waar we ook 80 tot 100 asielzoekers plaatsten.
Wat werd er dan gezegd op die avonden?
Verschrikkelijke dingen. Asielzoekers werden moordenaars en verkrachters genoemd, en wij kregen het verwijt dat we alleen voor ons eigen belang handelden. Online werd ik bedreigd: ik zou met een anker om mijn enkels op de bodem van de Linge moeten belanden. Er kwam zelfs iemand neus aan neus bij me staan die dreigde me helemaal kapot te maken als zijn dochter iets zou overkomen.
Wat deed dat met jou?
Ik voelde me sterk en liet me niet intimideren. Ik bleef staan en zei niets, totdat hij wegging. Natuurlijk ben je alert op incidenten, maar ik weigerde asielzoekers als louter criminelen te zien. Inmiddels zijn we bij de vierde opvanglocatie en telkens zien we hetzelfde patroon: eerst enorme en soms onfatsoenlijke weerstand, maar na een paar weken draait de sfeer om.
Wat werd er gezegd? Hoe ging dat?
In Lexmond nodigden mensen de asielzoekers uiteindelijk uit voor het kerstdiner. Ik had beloofd dat ze er maximaal vier maanden zouden blijven en heb dat zelfs op een briefje ondertekend. Toen de vier maanden om waren, vroeg het dorp juist of ze niet langer mochten blijven omdat het zo goed ging. Dat ze conform afspraak toch weggingen, zorgde voor krediet bij de critici. Ook in Kedichem bood de felste tegenstander uiteindelijk aan om in de volgende stad te vertellen hoe goed het was gegaan.
De politie en het OM tolereerden de doodsbedreigingen op Twitter niet. Hoewel ik geen aangifte wilde doen, stelde ik een stopgesprek voor. De dader uit Kedichem schrok enorm toen er agenten voor zijn deur stonden en wilde met mij in gesprek. Ik vertelde hem dat ik door zijn tweets mijn kinderen niet meer alleen thuis liet. Dat was nooit zijn bedoeling geweest.
Wat deed dat met jou?
Hij legde op zijn beurt uit dat hij zijn dorp zag splijten door de komst van de asielzoekers, wat hem veel verdriet deed. Dat inzicht had ik me nooit zo gerealiseerd. Hij bood zijn excuses aan en we hebben elkaar later de hand gegeven. Bij de plannen voor een AZC in Vianen kreeg wethouder Jolanda Heitink een bericht dat ze publiekelijk opgehangen moest worden. Ze was helemaal overstuur.
Was er geen moment dat je dacht: ja, wat als? Nou, kijk, wat als hij gelijk zou krijgen? Ik noem maar wat.
Ze wilde door, maar we accepteerden dit niet. De politie heeft de dader diezelfde dag aangehouden. Hij is voor de rechter verschenen en heeft een taakstraf gekregen. Tijdens een mediationgesprek vertelde de wethouder wat het met haar had gedaan. De man had spijt; hij was een gewone huisvader die volledig flipte door de plannen. De wethouder was zelfs zo grootmoedig om de rechter te vragen hem niet te zwaar te straffen.
Je mag het er absoluut mee oneens zijn, maar je kunt bestuurders die de wet uitvoeren niet zo behandelen. Mijn boosheid richt zich eerder op het kabinet; we moeten de Spreidingswet uitvoeren, maar krijgen nul steun. Minister Mona Keijzer belde onlangs een bedreigde burgemeester niet eens, omdat niemand haar dat had geadviseerd. Dat vind ik onbegrijpelijk. Als minister moet je achter je burgemeesters staan, ongeacht wat je van een wet vindt.
Dat zal wel.
De mensen die hier al zijn, moeten we netjes opvangen. Daar hebben we de Spreidingswet voor nodig, omdat sommige gemeenten anders wegkijken. We missen die rugdekking van de landelijke politiek als wij tegenover een boze menigte staan. Ik begrijp de zorgen van mensen die hun wijk zien veranderen echt wel. In Kedichem zaten de asielzoekers vaak op een bankje bij de speeltuin. Ouders voelden zich daar niet prettig bij, ook al gebeurde er niets. Ik ben toen met die jongens gaan praten en ze gingen direct ergens anders zitten. Dan is het probleem opgelost.
Ik zei: 'Ja, daar heb ik me dus nooit iets bij gerealiseerd'. Dat jij dat nu zegt, hoor ik voor het eerst. Ik krijg nu van jou dat inzicht. Ook wel mooi.
Het was heel mooi. Hij heeft excuses aangeboden. We hadden allebei iets van elkaar opgestoken. Maar bij de laatste keer in Vianen kreeg de wethouder, Jolanda Heitink, een bericht dat ze opgehangen moest worden.
Zo.
Ze kwam het me laten zien, helemaal overstuur. Ze was vooral overstuur omdat haar familie zo overstuur was. Ik heb toen gelijk de politie en het Openbaar Ministerie gebeld. Die meneer is op dezelfde dag aangehouden en heeft een nacht in de cel gezeten.
Ja. En is ook—
Hij is voor de rechter verschenen en heeft een straf gekregen. Maar wat wel heel mooi is: hij stond open voor mediation. Hij heeft een gesprek gehad met de wethouder waarin zij vertelde wat het met haar heeft gedaan. Hij had er veel spijt van. De wethouder vroeg de rechter om hem niet te zwaar te straffen.
Ja, maar als je zegt: de wethouder moet worden opgehangen in het AZC.
Dat waren vrij directe teksten. Hij had er heel veel spijt van. Het was gewoon een man met een gezin en normaal werk, maar hij flipte volledig bij het idee dat er asielzoekers kwamen.
En het was wel een heel belangrijk signaal dat je ook echt als overheid zegt: ja dit accepteren we gewoon niet.
Je mag het er niet mee eens zijn en dat hard roepen, maar je kunt bestuurders niet bedreigen. Mijn boosheid zit bij het kabinet. Er is een Spreidingswet waar wij ons aan moeten houden, maar je krijgt nul steun van de ministers. Er was onlangs een burgemeester uit Geest die ernstig werd bedreigd.
Uit Geest?
Uit Geest. We hadden een bijeenkomst waar minister Mona Keijzer ook was. Er werd gevraagd of ze die burgemeester had gebeld. 'Nee', zei ze, 'niemand heeft mij dat geadviseerd'.
Gewoon niet.
Niet. Ik zei tegen mevrouw Keijzer dat het voor die burgemeester, én voor de andere 341 burgemeesters, heel belangrijk is dat u laat zien dat u achter hen staat. Ze zei dat ze tegen de Spreidingswet is, maar die wet is er gewoon en die heb je als minister uit te voeren. Wij missen de steun van het kabinet wanneer we tegenover boze burgers staan om de wet uit te voeren.
Die is er al. Die is er.
Die Spreidingswet is er, en u bent minister.
Zij is in die kamer.
Ze zei dat ze niet alleen minister is, maar ook politicus.
Wat krijgen we nou? Dit is een ingewikkeld gesprek.
Ik steun haar in de zoektocht naar manieren om minder asielzoekers binnen te krijgen, want ik zie dat het draagvlak wegvalt. Maar de mensen die er zijn, moeten we netjes opvangen. Daar hebben we de Spreidingswet bij nodig omdat sommige gemeenten de andere kant op kijken. Wat de minister van de wet vindt, is niet relevant; die wet moet worden uitgevoerd.
Ja, en wij hebben geen verhaal meer op een gegeven moment.
Het helpt niet als er wordt gezegd dat de wet moet worden afgeschaft, want dan denken mensen: 'Waarom zouden we ons er nog aan houden?'. In Kedichem hadden we een fijne groep asielzoekers die vaak op een bankje bij de speeltuin zaten. Jonge ouders voelden zich daar niet prettig bij. Ik ben met die jongens gaan praten en ze begrepen het meteen en gingen ergens anders zitten. Dan is er geen probleem meer.
Ja.
Die jongens deden niets verkeerds, maar het deed iets met de mensen in het dorp. Door erover te praten, slaat de vlam niet in de pan.
Maar misschien sowieso een groep volwassen mannen bij een speeltuintje—
Zeker, en als die mannen er dan ook nog anders uitzien, doet dat iets met mensen in een dorp. Ik begreep dat. Na een gesprek met die asielzoekers was het opgelost.
Klaar.
Precies. Zo voorkom je dat er spanning ontstaat.
Jullie staan echt aan de frontlinie. Je spreekt met de asielzoekers en met de boze buurtbewoners die jou soms bedreigen. Later zeggen ze dat ze het niet zo bedoeld hebben, maar anderen kunnen daar inspiratie uit putten. Ben je daar nooit bang voor geweest? Voor een lone wolf die wel echt iets doet?
Misschien ben ik naïef, maar ik ben daar nooit bang voor geweest. De mensen die ik sprak, bleken bezorgde burgers die uit de bocht waren gevlogen. Het is ook makkelijk om iets op internet te zetten als je boos bent.
Mensen zitten zich ook gewoon een beetje op te winden.
Precies. Er zijn collega's die fysiek zijn aangevallen of op de markt zijn bedreigd. Dat komt heel dichtbij. Ik wil verantwoordelijkheid nemen, maar we zijn ook maar mensen die ons werk doen en de wet uitvoeren. Als ik een pand sluit vanwege een hennepkwekerij, zijn die mensen ook niet blij.
Dat gebeurt regelmatig in mijn keurige gemeente. Ik voel me veilig omdat mijn team en de politie alles goed monitoren. Ik krijg seintjes wanneer dat nodig is, dus ik maak me geen zorgen.
Ja.
We doen wat we denken dat goed is. Als mensen een half jaar niet in hun eigen huis mogen, gaat dat ver. Maar ik ben nooit echt bang geweest.
Gebeurt dat in jouw keurige gemeente?
Regelmatig. Ik krijg seintjes van de beveiliging als er wat is, maar ik voel me veilig.
Ik heb een snelle ronde met dilemma's voor je.
Ik ga er even voor zitten, Amber.
Altijd herkend worden in de supermarkt of volledig anoniem over straat maar nul invloed?
Dan maar herkend worden in de supermarkt. In je werk wil je invloed hebben. Als ik met dit werk zou stoppen, hoef ik niet meer herkend te worden.
Toch wel lekker om een beetje invloed te hebben.
Zolang ik dit werk doe wel, daarna is het prima.
Live op de radio met een kater of onvoorbereid een raadsvergadering voorzitten met de pers op de tribune?
Ik denk dat live op de radio met een kater het beste resultaat geeft. Dat is overigens nog nooit gebeurd.
Deste gezelliger.
Zeker niet aan te raden, maar wel gezellig.
Per ongeluk je microfoon open laten staan in die radiostudio of per ongeluk een vertrouwelijk stuk in de trein laten liggen?
Dan laat ik liever per ongeluk de microfoon openstaan.
Misschien komen daar dan nog wel interessante gesprekken.
Dat zou heel goed kunnen.
Een boze beller in je live-uitzending of 100 boze bewoners te woord staan tijdens een raadsvergadering?
Dat tweede, dat is uitdagender. Ik ga daar professioneel in zitten en wil het tot een goed einde brengen. Daar haal ik mijn professionele voldoening uit.
Hou je van een uitdaging?
Absoluut. Ook al is het onderwerp ernstig, ik haal daar plezier uit als het goed wordt afgehandeld.
Voor altijd terug naar Hilversum, naar the radio, of voor altijd in Vijfheerenlanden blijven?
Voor die keuze heb ik het afgelopen jaar gestaan en ik heb met hart en ziel gekozen voor Vijfheerenlanden.
Ja?
Ik ben hier nog lang niet klaar.
Nooit meer terug naar de radio?
Als ik over zes jaar klaar ben, ben ik 64. Dan is het te laat om nog iets heel nieuws te gaan doen. Het burgemeesterschap is voor mij geen tussendoortje; het is waar ik me de komende jaren volop op wil richten.
Stel nou dat er mensen zijn die luisteren of kijken en die ook een carrièreswitch overwegen?
Doe het!
Zou je dat tegen ze zeggen?
Natuurlijk. Ik heb veel mensen geïnspireerd die dachten dat je na je vijftigste niets nieuws meer kunt beginnen. Je hoeft niet te blijven zitten waar je zit.
What zijn mensen gaan doen naar aanleiding van jouw stap?
Sommigen zijn een droom in het buitenland gaan najagen. Ik heb ook mensen mogen begeleiden naar het burgemeesterschap die dachten dat dat zonder politieke ervaring niet kon. Ik leef voor inspiratie; het is geweldig om anderen te mogen motiveren.
Tot slot: jij kent de radiowereld als geen ander. Welke radiopersoonlijkheid nu op de radio zou ook een goede burgemeester zijn?
Ik denk dat Frits Spits een geweldige burgemeester zou zijn. Hij is empathisch, superslim en kan het prachtig verwoorden.
Iemand die zeer empathisch is, luistert naar mensen en gevoel legt in wat hij zegt.
In Laren is de burgemeester net weg, dus dat biedt kansen.
Dat biedt kansen.
Er is wel een wettelijk voorbehoud: een burgemeester moet op zijn zeventigste stoppen. Ik vrees dat dit bij Frits voor wat lastigheden zou zorgen.
Misschien iemand uit de jongere generatie?
Edwin Evers zou het ook prima kunnen. Hij is een snelle denker, empathisch en heel authentiek.
Zou het iets voor jou zijn, Amber? Wie weet. Ik heb bestuurskunde gestudeerd, maar nooit in de gemeenteraad gezeten.
Dat hoeft dus ook niet.
Ik heb ook geen partij en dat hoeft ook niet. Eigenlijk hoeft er heel veel niet.
Je moet van mensen houden en het leuk vinden om met ze te praten. Dat is de basis.
Dat komt wel goed.
Be my guest.
Leuk. Dankjewel.
Heel graag gedaan. Dankjewel.