Anja van Ginhoven: “Als de druk groter wordt, word ik in de regel rustiger”

Anja van Ginhoven was tot voor kort de rechterhand van Sarina Wiegman bij de Engelse voetbalsters (The Lionesses).

Tegenwoordig is ze Director of Women’s Football Operations bij Bay FC. Haar core business: het bouwen van dé perfecte topsportomgeving voor topprestaties.

Raak jij snel het overzicht kwijt als de druk stijgt? Of vind je het lastig om rationele beslissingen te nemen wanneer emoties de overhand nemen? In deze aflevering van Onder Druk leer je hoe je zélf de regie pakt in stressvolle situaties.

Lees hieronder het transcript van deze aflevering.

Amber Brantsen: Welkom.

Anja van Ginhoven: Dank je wel.

AB: Jij was voorheen general manager van de Britse voetbalvrouwen. Je bent nu Director of Women’s Football Operations. Waar ben jij goed in? Waarom ben jij waar je nu bent?

AvG: Wij zeggen altijd: iemand die aan CrossFit doet is niet in één ding supergoed, maar misschien wel meer dan gemiddeld goed in heel veel dingen. Ik denk dat mijn achtergrond – zelf vrij lang op het hoogste niveau gevoetbald, op het hoogste niveau in het mannenvoetbal gewerkt en daarna in de media en het vrouwenvoetbal – maakt dat ik het type generalist ben.

AB: Je ging dus eigenlijk van klein, in die zin dat je zelf de topsporter was bij VV Ter Leede, naar het bouwen van een omgeving voor topsporters in Nederland en Engeland, en nu naar het bouwen van een platform. Kan ik dat zo zien?

AvG: Ja, zo zou je het wel kunnen zien. In mijn rol bij de Engelse voetbalvrouwen de afgelopen jaren was ik general manager. Een belangrijke rol was eigenlijk het gedeelte buiten het voetbal: alle stafleden en functies die niet direct op het veld plaatsvinden. Denk aan security, logistiek, kit, equipment, commercie, PR en media. Eigenlijk ervoor zorgen dat dat alles aangesloten is bij wat er op het veld gebeurt. En in feite doe ik in mijn huidige rol hetzelfde, alleen dan over de hele wereld. Nu voor één club, Bay FC in San Francisco, en hopelijk binnenkort voor meerdere clubs.

AB: Ja, dat wordt alleen maar groter en groter, het vrouwenvoetbal sowieso. Mooi om te zien. Ik kan mij voorstellen – maar dat vul ik geheel in, dus corrigeer me als ik het mis heb – dat je een beetje een control freak moet zijn als je alles optimaal wilt organiseren voor mensen die op het hoogste niveau moeten presteren. Klopt dat?

AvG: Uiteindelijk wil je de lat natuurlijk zo hoog mogelijk leggen en altijd zoeken naar de kleine percentages die het totale geheel beter kunnen maken. Dat ben ik wel met je eens. Maar uiteindelijk kom je er ook achter dat je soms wel voor goud kunt gaan, maar dat je weet dat maximaal zilver bereikbaar is in wat je aan het doen bent. Dan is dat ook oké.

AB: Heb je daar dan vrede mee?

AvG: Ja, dat heb ik wel geleerd.

AB: Dat lijkt me echt heel lastig.

AvG: Ik denk ook wel dat het ervaring is. Je weet gewoon goed: op dat gebied kan ik een klein beetje geven, terwijl je op een ander vlak weet dat je eigenlijk nooit een compromis mag sluiten. Maar er zit natuurlijk altijd een klein beetje bandbreedte in.

AB: Op wat voor vlak zou je nooit een compromis sluiten?

AvG: Als je in de topsport werkt, staat natuurlijk alles ten dienste van het grote doel, en dat is uiteindelijk winnen op het veld. Daar mag je eigenlijk nooit een compromis sluiten, ook niet als je niet direct bezig bent met de voetbaltactiek of wat er op het veld gebeurt. Maar je weet ook dat je soms niet anders kunt omdat je in een situatie terechtkomt waarin je niet alles kunt controleren. We zeggen altijd: make sure you control your controllables. Maar er zijn ook een aantal factoren die je niet kunt beïnvloeden of van tevoren kunt voorbereiden. Dan heeft het ermee te maken hoe je ermee omgaat als je in die situatie komt.

AB: En dat is in feite ook vergelijkbaar met het echte leven.

AvG: Zeker. Er zijn heel veel parallellen te trekken.

AB: Wanneer had jij voor het laatst het gevoel de controle echt te verliezen? Dat je dacht: oeh, dit vind ik lastig, dit glipt nu uit mijn handen.

AvG: Nou, ik moet zeggen dat wij afgelopen zomer het EK in Zwitserland voorbereidden. Dat is eigenlijk een project waarbij je al begint met je eerste site visits – hotels en velden bezoeken – voordat je gekwalificeerd bent.

AB: Nog voordat je weet dat je mee mag doen.

AvG: Ja. Mijn eerste site visit was volgens mij in oktober 2023, voor de zomer van 2025. Wij kwalificeerden ons pas in juli 2024. Dus je bent eigenlijk al zo’n negen maanden onderweg met je eerste voorbereidingen.

AB: Waarom duurt dat zo lang? Wat doe je in die tijd?

AvG: Ik denk dat ik in totaal zo’n 24 hotels in Zwitserland heb bezocht en 25 velden.

AB: Oké, ja dan ben je best druk.

AvG: En dat is niet even snel een hotel bekijken. Nee, in ieder hotel laat je je misschien wel tien verschillende slaapkamers zien, tien verschillende vergaderruimtes, je krijgt een rondleiding door het hotel, et cetera. Zwitserland is een relatief klein land en heeft niet heel veel voetbalhistorie. Op een gegeven moment waren we er wel uit: dit is het hotel met een goede flow en een goede locatie. Maar het was gekoppeld aan een trainingsveld dat eigenlijk niet aan onze wensen voldeed. Het veld had niet de maximale afmetingen. Op dat moment dacht ik wel: dit gaat misschien heel moeilijk worden.

AB: En nu?

AvG: Uiteindelijk heeft iemand die ik had leren kennen op een van de reizen in Zwitserland ons in contact gebracht met een ander veld, twintig minuten van het hotel. Daar hebben we van de zomer getraind. Maar totdat dat rond was, dacht ik wel echt: ik vind het bijna niet leuk meer. Je kunt geen kant op. Hotel perfect, maar uiteindelijk is het veld cruciaal. Toen heb ik wel even gedacht: ik hoop dat het nog goed komt.

AB: Wat betekent onder druk staan voor jou?

AvG: Ik denk dat ik een goede eigenschap heb: als de druk groter en hoger wordt, word ik in de regel kalmer en rustiger. Het is niet dat ik dat heel erg voel; ik lig er niet wakker van. Maar in het voorbeeld van afgelopen zomer voel je natuurlijk wel druk, want je wilt het zo goed mogelijk doen.

AB: Je voelt hem wel komen, maar het beïnvloedt je niet negatief? Of maakt het je misschien wel beter of scherper?

AvG: Ik hoop dat ik altijd goed en scherp ben. Maar uiteindelijk leer je wel – of misschien is het een eigenschap die ik van mijn vader heb. Hij was ook iemand die kalmer werd naarmate het drukker was. Ik denk dat dat een hele goede eigenschap is om te hebben: dat je het overzicht blijft zien. Daarnaast hoop ik ook dat ik altijd vriendelijk kan blijven. Dat zeg ik vaak tegen de staf: waar we ook komen, ik hoop dat mensen – los van wat er op het veld gebeurt – zeggen: “Dat team en die staf van Engeland zijn gewoon leuke mensen. We kijken terug op een fijne samenwerking.” Dat we plezier hebben gehad met z’n allen en daarnaast een geweldige klus hebben geklaard. Die dingen gaan ook samen.

AB: Topcoach en vriendin van jou, Sarina Wiegman, zei: “Als Anja het regelt, dan hoef ik me nergens zorgen over te maken.” Dat is natuurlijk een enorm compliment, want volgens mij is zij best veeleisend – en dat moet ook op dat niveau. Maar dat creëert toch ook een zekere druk, of in ieder geval een zekere verwachting.

AvG: Ja, druk… Ik zou misschien eerder willen zeggen dat het heel veel vertrouwen geeft. Want ik zou andersom hetzelfde over Sarina zeggen. Zij is verantwoordelijk voor het grote geheel, maar zeker ook voor wat er op het veld gebeurt. Als we het hebben over performance en topsport, zou ik hetzelfde zeggen: als Sarina zich met dat gedeelte bezighoudt, komt het wel goed.

AB: Ben je altijd zo zelfverzekerd geweest? Zit dat echt in jou of heb je dat moeten leren?

AvG: Oeh. Nou, ik zou mezelf niet als zelfverzekerd omschrijven.

AB: Grappig. Zo kom je dus heel erg over.

AvG: Ja, grappig. Gisteren sprak ik iemand die ik al een tijdje niet had gezien en die zei: “Ah, je bent een grote mevrouw geworden, denk ik.” Ik weet niet of hij het over mij had, maar ik voel me nog altijd een beetje als de jongste wanneer ik ergens binnenkom. Wat natuurlijk sowieso al niet meer zo is, en ik ben ook niet de meest ervaren, maar dan realiseer je je: mensen kijken tegen je op. Maar dat is niet hoe ik mezelf zou zien, grappig genoeg.

AB: Ben ik benieuwd naar: is dat dan een soort bescheidenheid of zit er toch nog een soort onzekerheid in?

AvG: Misschien een combinatie van de twee. Ik vind bescheiden zijn wel een mooie eigenschap. Ik ben niet iemand die van de daken gaat schreeuwen: “Dat wil ik en daar wil ik naartoe.” Nee. Kijk, als je er eenmaal bent en het is goed gegaan, dan is het ook leuk om erover te praten. Maar niet van tevoren de boel al oppompen.

AB: Jij moet vaak grote keuzes maken, ook voor anderen. We hadden het net over zo’n hotel of een trainingsveld, heel belangrijk voor het succes van het team. Stel, je staat voor zo’n keuze. Jouw ratio zegt eigenlijk A, jouw gevoel zegt B. Hoe hak jij een knoop door? Hoe gaat dat proces in jou?

AvG: Ja, dat noem ik zelf het Anja-model.

AB: Heb je het gepatenteerd?

AvG: Nou, nog niet, maar misschien kunnen we dat na vandaag doen. Het is een manier van denken die ik ook toepas als ik voor mezelf een keuze moet maken. Je kunt goed naar je gevoel luisteren, maar je moet oppassen dat je dan geen emotionele keuzes maakt. Dus: goed luisteren naar je gevoel en vervolgens ga ik dat voor mezelf rationaliseren.

AB: Oké.

AvG: Dat betekent eigenlijk dat je gaat proberen logica te vinden achter wat je voelt. Je gaat van gevoel naar ratio en denkt: wat ik voel, dat klopt wel. Maar vervolgens moet je van jezelf ook daarnaar mogen handelen. Dan ga ik dat internaliseren – ik weet niet eens of dat een Nederlands woord is – en dat brengt je eigenlijk weer terug bij het begin, bij je gevoel. Op basis daarvan kun je handelen.

AB: Dus je begint bij je gevoel.

AvG: Zeker. En dat wil je staven met feiten, cijfers of wat er dan ook ligt. Dat heb ik over de jaren wel geleerd: dat het ook oké is om naar je gevoel te luisteren. Dat wordt heel snel in de categorie ‘emotioneel’ of ‘soft’ geplaatst, terwijl het heel goed is om naar je gevoel te luisteren. Het heeft zijn functie, maar uiteindelijk is het goed om daar rationele argumenten bij te zoeken waardoor je weet of je de juiste keuze maakt.

AB: Maar dan moet er wel een omgeving zijn die dat mogelijk maakt, om ook naar je gevoel te mogen luisteren en daar de ruimte voor te krijgen.

AvG: Zeker. Uiteindelijk is mijn baan voor 99,9% teamwork. Het is nooit “mijn wil is wet” of “wat ik voel, die kant moeten we op”. Je gaat een proces in met je collega’s. Bijvoorbeeld de keuze voor een basiskamp tijdens een groot toernooi: uiteindelijk ga je met een shortlist aan de slag met je collega’s, die allemaal vanuit hun specialisatie input geven.

AB: Heel belangrijk is het natuurlijk ook om mensen mee te krijgen in jouw visie of die van het team. Ik denk dat mensenkennis dan ook heel belangrijk is.

AvG: Ja, absoluut. En mensenkennis is misschien eigenlijk wel één stap daarvoor: dat je een relatie en een band probeert op te bouwen met mensen. Want als je een band hebt met elkaar, heb je ook begrip voor elkaar en snap je waarom mensen denken zoals ze denken of doen zoals ze doen. Dat zou je kunnen samenvatten als mensenkennis, maar dat zit hem heel erg in een goede relatieopbouw.

AB: Ik noemde het al even: jij begon als topspeler bij VV Ter Leede.

AvG: Ja. In die tijd was het het hoogste niveau. Ik ben meteen weer bescheiden, maar het is niet te vergelijken met de huidige staat van het vrouwenvoetbal. Laat ik het zo zeggen: op dat moment was het het hoogste niveau en deden we er op onze manier alles aan om optimaal te presteren.

AB: De sport heeft natuurlijk ook een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Dat doet niets af aan jouw prestatie van toen. Wat neemt de Anja van toen mee van die speelster bij Ter Leede?

AvG: Nou, ik denk best wel veel dingen. In die tijd dachten we: “Dat moeten we doen, op die manier kunnen we – ook al was het een ander niveau – ervoor zorgen dat we beter worden.” Dat zit er eigenlijk nog steeds wel in. Ik heb een grote ambitie om, weliswaar niet meer op het veld maar erbuiten, het vrouwenvoetbal verder te brengen op de juiste manier. Als ik terugkijk naar de tijd bij Ter Leede, eerst als speler en daarna als voorzitter van de hele damesafdeling, zijn dat nog steeds dingen die we doen.

AB: Wat heeft die periode jou geleerd?

AvG: Ter Leede was eigenlijk een beetje een a-typische club, in de goede zin van het woord, omdat meisjes- en vrouwenvoetbal daar altijd wel een volwaardige positie heeft gehad. Als je terugkijkt, dacht je wel eens: “Ja, maar wij kregen altijd de tweede keuze van trainingstijd.”

AB: Had je dat door?

AvG: Ja, want daar waren we natuurlijk continu een soort voor aan het vechten. Dat klinkt heel erg, maar je wilde niet om kwart over acht ’s avonds trainen. Wij wilden ook om half zeven trainen. Dat soort dingen… we zijn de sport nog steeds aan het ontwikkelen en daar lopen we nog steeds wel tegenaan. De voorbeelden zijn nu ongetwijfeld anders dan toen, maar het principe is hetzelfde. Er is nog wel eens wat te knokken om een deur open te krijgen.

AB: Daar is dus een soort zaadje geplant bij jou om die deur open te krijgen.

AvG: Ja, en ik ben geen type van op de barricaden, geen strijder in die zin.

AB: Geen ‘Van de Boer’.

AvG: Nee, maar uiteindelijk doe ik het op een natuurlijke manier. Door de dialoog aan te gaan, met feiten te komen, een goede discussie en conversatie te hebben. Uiteindelijk boek je toch progressie.

AB: Toch lijkt het me lastig voor een topsporter om te zeggen: “Daar stop ik mee. Die carrière zeg ik gedag.”

AvG: Ik maakte mijn debuut in het eerste van Ter Leede toen ik 16 was en heb uiteindelijk tien jaar in het eerste gespeeld. Maar in die tijd was er geen toekomst op het veld voor een meisje. Je kon niet voor Ajax spelen. Dat was altijd mijn droom, maar dat was er gewoon niet.

AB: Het bleef bij een droom en dat wist je.

AvG: Ja. Dus eigenlijk op natuurlijke wijze kreeg ik een baan bij de KNVB op de persafdeling; ik werd persvoorlichter van Jong Oranje bij de mannen. Op een gegeven moment dacht ik: ik kan de twee niet meer combineren. Wat geef je dan voorrang? Ik vond voetballen hartstikke leuk, maar uiteindelijk heb ik toch gekozen voor mijn carrière.

AB: En hoe wist je dat jij goed zou zijn in het bouwen van een context waarin topsporters floreren?

AvG: Niet. Nee, dat wist ik helemaal niet. Maar het komt wel weer terug op dat je continu probeert het goede te doen, of wat je denkt dat het goede is, om de sport, het individu of de groep verder te helpen. Ik denk dat dat er altijd wel in heeft gezeten, misschien zonder dat ik me ervan bewust was.

AB: Je staat heel erg in dienst van. Vind je dat fijn?

AvG: Ja, dat vind ik heerlijk.

AB: Ja?

AvG: Ja, je zult mij na het winnen van een medaille niet op het podium zien. Ik kan ervan genieten, want ik ben waarschijnlijk net zo blij als ieder ander, maar ik ga niet op een podium staan dansen.

AB: Waarom niet?

AvG: Dat voelt gewoon niet als de plek voor mij, en ook niet als de manier waarop ik het zou vieren.

AB: Je bent afhankelijk van heel veel andere mensen, spelers en organisaties om dingen voor elkaar te krijgen. Wat doe je als iets onhaalbaar blijkt te zijn? Als je ziet: wat ik nu in mijn hoofd had, gaat niet gebeuren.

AvG: Een belangrijk ding is dat je altijd je ogen en oren openhoudt. Soms zit de oplossing, of een kleine game changer, in kleine dingen die om je heen gebeuren. Ik geloof ook wel dat ik vrij creatief ben in het vinden van oplossingen. Eén van de speelsters uit het Engelse team zei eens: “Jouw tweede naam is eigenlijk Why Not.”

AB: Oh ja?

AvG: Dus als er een vraag komt, is mijn antwoord meestal “Why not?”, en dan ga ik kijken of het kan.

AB: Wat is het gekste dat je ooit hebt gedaan of zelf bedacht? Waarvan een buitenstaander zou zeggen: waarom doe je dat?

AvG: Ik weet niet of het meteen het gekste is, maar ik ben wel heel trots op het environment, het basecamp dat we afgelopen zomer in Zwitserland hebben neergezet. Ik heb een beetje een fascinatie – sommige mensen zullen het een obsessie noemen – voor het concept van IKEA.

AB: Oké, ik ben benieuwd wat er nu komt.

AvG: Het gebeurt ons allemaal: we lopen de blauwe doos in. We hebben bijvoorbeeld een dekbed nodig. We gaan erin, we gaan de hele maze door en uiteindelijk kom je bij de kassa. Heb jij dan alleen je dekbed?

AB: Nee, nee, de hele wagen zit vol.

AvG: Dat heeft mij altijd gefascineerd. Als ik dat terugbreng naar afgelopen zomer: we hebben op het trainingsveld een ‘performance hub’ gebouwd. Voorheen had je losse ruimtes voor medisch, de gym, voeding – we klapten een tafel uit en zetten die ergens neer. Nu hebben we gezegd: we brengen al die performance services onder één dak. We hebben een grote tent gebouwd en dat is eigenlijk onze versie van de blauwe doos.

AB: Hm hm.

AvG: Dus als een speler daar naar binnen stapt, kun je niet anders dan de route volgen. Je gaat door de wasstraat, precies. Je moet je schoenen wisselen voor voetbalschoenen. Dan ga je langs nutrition, medisch, de gym, en uiteindelijk weer nutrition en het veld op. Continu met die IKEA-gedachte. Want ik geloof er niet in dat je bordjes moet ophangen met “Voordat je het veld opgaat, moet je je nutrition nemen”. Daar geloof ik niet in. Iedereen zit anders in elkaar. Als je naar de psychologie kijkt die ook IKEA toepast: ze zorgen er gewoon voor dat je alle hotspots aantipt voordat je bij de kassa komt.

AB: Je wordt er gewoon mee geconfronteerd en je kunt bijna niet anders. Ook wel een soort van verleiden.

AvG: Ja, misschien wel nudgen. Zonder het expliciet te maken kom je ermee in aanraking en doe je wat op dat moment goed voor jou is. Ik moet zeggen dat we erin geslaagd zijn om dat toe te passen in onze versie van de blauwe doos. Daar ben ik wel heel trots op.

AB: Hoe kom jij aan je ideeën?

AvG: Ogen en oren openhouden. En eigenlijk dat soort normale dingen die zich in de wereld om ons heen afspelen toepassen op wat we dan een high performance environment noemen.

AB: Nieuwsgierig zijn naar hoe dingen werken. Ik kan me voorstellen dat er ook wel eens iets fout gaat. Kun jij je een logistieke of praktische fout herinneren?

AvG: Fout is misschien een groot woord, maar we kijken allemaal wel eens terug en zeggen tegen elkaar: “Als we het nou een tweede keer moesten doen, zouden we het dan weer zo doen?” Op het moment dat je een beslissing neemt, doe je dat weloverwogen en met de juiste intenties. Maar dingen pakken niet altijd uit zoals je had gehoopt. Volgens mij heeft het ook wel een beetje met mijn karakter te maken; ik ben vrij positief ingesteld. Dan maak je wel eens een tijdschema of reisplanning en denk je achteraf: dit hebben we gewoon veel te positief ingeschat.

AB: Iets te ambitieus.

AvG: Ja, echt te ambitieus. Daar leer je weer van. Voor het EK 2022 in Engeland hadden we veel gesproken met atleten die mee hadden gedaan aan de Olympische Spelen in 2012. Eén van de dingen die zij aangaven was dat ze een moment misten waarop je eigenlijk ‘weggaat’. Normaal doe je je voorbereiding en ga je dan naar waar het gebeurt. Omdat het EK in Engeland was, dachten wij: wij moeten ook dat wauw-moment van vertrek creëren. “Nu gaat het beginnen.” Dus we gingen met het team voor het toernooi op trainingskamp in Zwitserland.

AB: Ah ja.

AvG: We waren er allemaal van overtuigd dat dit het juiste was om te doen. Maar als je terugkijkt, ga je extra reizen inbouwen in een toch al drukke periode. We gingen naar Zwitserland, moesten weer op en neer, en dan zit het een beetje tegen met de vlucht, waardoor je je optimistische en op papier prachtige planning eigenlijk niet haalt. Of het een fout is, weet ik niet, maar er zat wel een wijze les in.

AB: Het kan ook een spanningsveld zijn. Je wilt het zo mooi en creatief en groots mogelijk maken, maar je hebt ook te maken met dames die moeten presteren en hun rust nodig hebben. Je kunt niet helemaal over de top gaan.

AvG: Nee, klopt.

AB: En het is natuurlijk ook jouw rol om, als iets dreigt mis te gaan, dat al te ondervangen.

AvG: Ja, precies. Daar zit ook wel een verschil. Er zijn mensen die ‘planning’ en ‘preparation’ door elkaar gebruiken alsof het hetzelfde is. Ik denk dat preparation nog één laag dieper gaat, nog grondiger is dan alleen maar plannen. In je preparation zit ook scenarioplanning: de what ifs. Als dat gebeurt, dan doen we dit. Daar ben je continu mee bezig. Het plan is A, maar we moeten er rekening mee houden: wat als dat gebeurt?

AB: Lijkt me lastig als een positief mens, dat je toch een paar beren op de weg moet gaan verzinnen.

AvG: Ja, maar aan de andere kant: als je in een situatie komt die je niet hebt voorzien, is het ook de vraag hoe je ermee omgaat. Uiteindelijk hebben we een hele goede, hardcore groep. Dat komt ook weer terug op die band: dat je elkaar blind kunt vertrouwen en weet dat de intentie altijd oké is, dat mensen het team op één zetten. Dan kun je op elkaar terugvallen. Soms zeg je wel eens: “De situatie was niet leuk, maar uiteindelijk hebben we toch schik gehad dat het gelukt is om het voor elkaar te krijgen.”

AB: Even een snelle ronde tussendoor. Gevoel of ratio?

AvG: Gevoel, toch wel.

AB: Achter de schermen of op het podium?

AvG: Achter de schermen. Altijd.

AB: De eerste keer dat ik jou op een podium betrap, zal ik je appen.

AvG: Nou, af en toe doe ik het wel. Gisteren bijvoorbeeld deed ik een presentatie voor studenten op de Haagse Hogeschool. Als je vraagt: “Is dat waar je je het meest lekker voelt?”, dan nee, absoluut niet. Maar ik vind wel dat ik een verantwoordelijkheid heb om bepaalde kennis te delen. En die studenten zijn zo superhongerig. Uiteindelijk vind ik het dan wel hartstikke leuk, terwijl ik op dat moment ook wel een bibber in mijn stem voel en denk: waarom doe ik dit?

AB: En je doet nu een podcast hè.

AvG: Ook dat.

AB: De Engelse Lionesses of de Oranje Leeuwinnen?

AvG: Oef. Nou, als Arjan en de Leeuwinnen niet luisteren: het is toch nog wel op dit moment heel erg Lionesses.

AB: Waarom?

AvG: Omdat het weer terugkomt op die band. De afgelopen vier jaar deel je lief en leed met elkaar en dat heeft toch wel een bijzondere plek in mijn hart veroverd. Je hebt met zoveel individuen in die groep nog een persoonlijke band. Ik ben toch alweer ruim vier jaar weg uit Nederland, dan heb je die persoonlijke band niet. Ik hoop dat allebei de teams het altijd heel goed doen, maar als ze tegen elkaar spelen zou ik op dit moment toch nog wel een beetje naar Engeland neigen.

AB: Zou je in de toekomst misschien weer in Nederland willen werken met de Oranje Leeuwinnen?

AvG: Ik ben geen planner. Op het moment dat de vraag zich voordoet, ga ik weer naar het Anja-model. Ik luister naar mijn gevoel, zoek de ratio erbij en breng het terug naar het gevoel. Dan zien we wel weer.

AB: Een bewezen protocol of een creatieve oplossing?

AvG: Creatieve oplossing.

AB: Een nee moeten verkopen of een ja organiseren?

AvG: Een ja organiseren.

AB: Saint George’s Park of VV Ter Leede?

AvG: Oh, Ter Leede. Ja. Daar heb ik mooie herinneringen aan. Dat is uiteindelijk waar het allemaal begon. Het fundament.

AB: De perfecte voorbereiding of de perfecte crisisreactie?

AvG: Ach ja, eigenlijk allebei. Het een kan niet zonder het ander. In het Engels zeggen ze zo mooi: did we leave any stones unturned? Ik hoop altijd dat de voorbereiding zo goed is dat we er alles aan hebben gedaan. Als je dan in een crisissituatie komt, heb je vaak ook de capaciteit en bandbreedte om dat op te vangen. Ik vergelijk het wel eens met een tentamen maken: als je goed hebt geleerd, denk je: kom maar op.

AB: Nou, laten we die crisisreactie dan even testen. Ik heb een paar scenario’s voor jou. Je zit met het team 48 uur voor een WK-finale. Perfect hotel. Maar de airco doet het niet meer. Het is 30 graden, 10 uur ’s avonds. Wat is het allereerste wat je doet?

AvG: In dit geval denk ik dat we zouden kijken of we naar de plaatselijke MediaMarkt kunnen gaan. Misschien heeft het hotel wel ventilatoren. Je gaat kijken hoe je het probleem kunt oplossen. Maar je zegt ook tegen het team: doe je gordijnen dicht, houd je ramen gesloten om de warmte buiten te houden. Er zijn heel veel kleine knopjes waar je op dat moment aan kunt draaien om het probleem misschien niet helemaal op te lossen, maar wel minder erg te maken.

AB: Je gaat op zoek naar waar je het kleine verschil kunt maken in plaats van: oké, we moeten naar een ander hotel. Scenario twee: Je merkt een sluimerend conflict tussen twee sterspelers. De coach heeft het niet door, maar jij ziet dat de sfeer eronder gaat lijden. Wat doe je?

AvG: Je maakt altijd de afweging of je bepaalde informatie bij je moet houden. Het is niet mijn rol om een soort klikspaan te zijn die alles meteen aan Sarina vertelt. Maar op het moment dat er iets is waarvan je denkt: dit tast het teamproces aan, of dit moet de coach of de dokter weten, dan zou ik het wel zeggen. Dat is ook je rol.

AB: Stel nou, jullie zitten aan de andere kant van de wereld. Een basisspeler zegt: “Ik heb heimwee, ik kan dit niet, ik wil naar huis.” En zij zegt: “Ik wil met jou in gesprek, niet met de coach.” Wat doe je dan?

AvG: Uiteindelijk zijn we allemaal mensen. Het is altijd belangrijk om naar elkaar te luisteren. Je kunt een speler of staflid wel adviseren: “Ik denk dat je dit toch moet bespreken met de psych of de coach.” En als er uiteindelijk een manier is om het te faciliteren – stel iemand mist zijn familie en die zijn in de buurt – dan kijken we of we bijvoorbeeld een auto kunnen regelen zodat diegene even een uurtje naar zijn ouders kan.

AB: Je vraagt natuurlijk veel van de spelers, niet alleen fysiek maar ook mentaal. Weg zijn van huis, alles wat in die koppies omgaat… daar moet je ook wat mee.

AvG: Ja, en dat geldt niet alleen voor de spelers maar ook voor de staf. Mensen zijn soms vier, vijf, zes weken van huis. In de zomer van 2023 zaten we in Australië, deze keer in Zwitserland. Het is een abnormale periode, maar je probeert sommige dingen zo normaal mogelijk te laten zijn. Hoe lekkerder mensen zich voelen, hoe beter dat is voor het individu en het geheel. Dat betekent dat je tijd maakt voor family and friends, dat dat goed geregeld is. Dat je bij de keuze voor een hotel kijkt: is het een locatie waar een speler ook gewoon even een blokje om kan? Even weg uit de bubbel, een kopje koffie drinken met je partner. Dat soort op het oog hele normale dingen kunnen echt het verschil maken.

AB: Het is bijna makkelijker om te zeggen: oké, we regelen de fysio, de diëtist en de kok. Maar alles eromheen om het onnatuurlijke zo natuurlijk mogelijk te laten voelen, is minstens zo belangrijk.

AvG: Klopt. Iedereen heeft een eigen kamer, maar je wilt ook niet dat iedereen zich terugtrekt in zijn eigen wereldje. Dus we zorgen voor een soort grote huiskamer. Dat hebben we afgelopen zomer samen met Nike gedaan. Als iemand een puzzel wil maken, gaat hij een puzzel maken. Iemand anders denkt: ik ga even darten. Weer een ander groepje kijkt Love Island of de wedstrijd van die avond.

AB: En hoe weet je wat ieder van die spelers nodig heeft? Het zijn uiteenlopende karakters; de één heeft privacy nodig, de ander entertainment.

AvG: Dat is de laatste tien jaar best wel veranderd. Tien jaar geleden zei de staf: “Zo gaan we het doen.” Nu zie je, bijvoorbeeld met generatie Z, dat het om een andere aanpak vraagt. Het is niet dat ze alles beter weten of meer willen – “Alleen blauwe M&M’s” – maar ze willen betrokken zijn bij de keuzes en meer context hebben bij waarom we doen wat we doen. Daar hebben we de afgelopen paar jaar in geïnvesteerd.

AB: En wat voor soort ideeën komen er dan uit? Ze zeggen toch niet: “Ik wil mijn cavia mee”?

AvG: Nou, er zijn er wel die zeggen dat ze ontspannen door een instrument te spelen. Maar één van de dingen die we afgelopen zomer hebben gedaan is zorgen voor goede koffie – dat is een belangrijk ding, ook voor mezelf selfishly. En we hebben een hondje meegenomen naar Zwitserland.

AB: Och. Wiens hond was dat?

AvG: Dat was de hond van James, die de koffie deed. Je moet rekening houden met allergieën, dus hij had een antiallergene vacht. Maar zo’n klein harig beestje geeft dat huiselijke, normale gevoel. De vroege vogels haalden ’s morgens een koffietje en vroegen: “James, kunnen we Reggie uitlaten?” En hup, daar ging weer een klein groepje aan de wandel. Onze special agent noemden we hem.

AB: Een super succesvol team, de Lionesses. Twee EK’s gewonnen. Iedereen kijkt met veel respect naar Sarina. En toen ging je weg. Was je verveeld? Dacht je: de klus is geklaard?

AvG: Ik wist van tevoren dat ik een contract voor vier jaar zou hebben. Uiteindelijk had ik voor mezelf zoiets van: het is gewoon goed zo. Dat besluit had ik al een tijdje geleden genomen, niet wetende wat mijn volgende stap zou zijn. Ik dacht eigenlijk: ik ga na het EK mijn Spaans afstoffen en lekker twee, drie maanden naar Spanje.

AB: Dat klinkt heerlijk.

AvG: Uiteindelijk is dat er niet van gekomen omdat ik vrij snel aan mijn nieuwe baan ben begonnen. Maar als je terugkijkt: we hebben twee EK’s gewonnen en zilver op een WK. Ongelooflijk eigenlijk.

AB: Wordt het dan nog beter dan dat?

AvG: Wat is beter? Wat ik nu doe is anders, want het is veel meer op clubvoetbal gericht. Maar de ambitie blijft hetzelfde: de sport ontwikkelen en verder brengen op de juiste manier. Ik geloof dat die mogelijkheden er in mijn huidige baan zijn.

AB: Wat zijn jouw ambities als het gaat om het ontwikkelen van vrouwenvoetbal?

AvG: Ik hoop dat we over tien jaar zeggen: wat wij destijds zijn gestart, is een moment geweest in de geschiedenis van het vrouwenvoetbal. Dat andere clubs gaan denken: “Wauw, die lui bij B Collective en Sixth Street, they cracked the code.” Een van mijn collega’s zegt vaak: high tides raise many ships. Als wij een hoge vloed kunnen creëren, gaan onze schepen omhoog, maar hopelijk ook de andere schepen. Dat de rest van het vrouwenvoetbal zich ontwikkelt.

AB: Kun je dat concreet maken?

AvG: In het team met wie we werken zit veel expertise. Je ziet vaak dat de laag van experts met specifieke kennis van vrouwenvoetbal nog dun gezaaid is in clubs. Wij hopen dat de clubs met wie wij samenwerken gebruik kunnen maken van de kennis die wij de afgelopen twintig jaar hebben opgebouwd.

AB: Want hoe is het vrouwenvoetbal dan anders dan het herenvoetbal?

AvG: Ik geloof erin dat als je een interview doet met een mannelijke voetballer of een vrouwelijke, dat dat anders is. Het is niet goed of fout, maar ik denk dat het heel belangrijk is dat we de identiteit van het vrouwenvoetbal behouden. Als wij ‘het lelijke zusje’ van het mannenvoetbal worden, raken we onze identiteit kwijt en zijn fans niet meer geïnteresseerd. Waarom zou een sponsor dan nog specifiek voor het vrouwenvoetbal kiezen?

AB: En waarom zouden ze nu voor het vrouwenvoetbal kiezen?

AvG: Ik noem het vaak de unique selling points. De manier waarop er op het veld gespeeld wordt: fair play hoog in het vaandel, geen geduikel, geen gemopper tegen de scheidsrechter. De interactie met fans, of je nou wint of verliest; van Ajax tot Chelsea zie je die interactie na afloop. Het is een toegankelijke omgeving. Je gaat erheen met je jonge kinderen omdat er een fijne sfeer is. Daar moeten we zuinig op zijn.

AB: Wat heeft dit werk en het omgaan met sterspelers jou geleerd over presteren onder druk?

AvG: Achter de grootste sterspeler of coach zit een mens. Het zijn geen robots. Er zit altijd een context omheen en dat moeten we vooral blijven zien. In mijn rol is het belangrijk dat niet alleen de speler goed is, maar dat ook de mens zich gewoon lekker voelt.

AB: Niet iedereen bouwt omgevingen voor winnende teams, maar er zijn heel veel mensen die veel ballen in de lucht moeten houden. Wat zou jouw advies zijn aan hen? Want jij lijkt het allemaal te regelen.

AvG: Jij zegt dat heel mooi, maar uiteindelijk doen we het natuurlijk altijd met elkaar. Een belangrijke rol is partijen bij elkaar brengen en mensen echt meenemen in wat je aan het doen bent. Ze enthousiast maken. Ik geef je één klein voorbeeld van het afgelopen EK. We wilden voor de finale nog een mooi filmpje maken om aan de spelers te laten zien. Ik had een van de editors van ons contentteam gevraagd of hij ons daarmee wilde helpen. Hij heeft een geweldig filmpje gemaakt. De dag na de finale kwam ik hem tegen en hij zei: “Anja, doordat ik dit kleine rolletje heb gespeeld, voel ik me helemaal onderdeel van die gouden medaille.” Dat soort dingen realiseer je je niet altijd. Maar dat is een prachtig compliment. Hij had iets voor ons gedaan, maar het voelde alsof hij had bijgedragen aan het winnen van de finale. Dat vind ik heel gaaf.

AB: Mooi. Je hebt mooi werk.

AvG: Ja, ben ik ook dankbaar voor.

AB: Dank je wel.

AvG: Jij ook bedankt.